Begroting 2017

De Programmabegroting 2017-2020 is gebaseerd op de uitgangspunten zoals opgenomen in de door de raad op 18 juli 2016 vastgestelde Perspectiefnota 2017.

De uitgangspositie voor het financieel beeld is de vastgestelde Programmabegroting 2016 en de reeds genomen besluiten bij de Jaarrekening 2015 en de Tussenrapportage 2016.

Ons bestaand beleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • De decentralisaties worden uitgevoerd met de middelen die hiertoe overkomen. Voor risico's en innovaties hebben we een egalisatiereserve ingesteld.
  • De interne omslagrente bedraagt 3,5%.
  • Het verschil tussen de interne rentevoet en de berekende omslagrente komt structureel ten gunste van de exploitatie.
  • De prijsgevoelige budgetten worden geïndexeerd met de BBP-index. Er vindt nacalculatie plaats voor de voorafgaande twee begrotingsjaren.
  • Voor de loongevoelige budgetten hanteren we ontwikkelingen inzake de CAO en sociale lasten. Ook hier vindt nacalculatie plaats voor de twee voorafgaande begrotingsjaren.
  • De opbrengst OZB wordt geïndexeerd met de BBP-index.
  • De kosten van kwijtschelding worden m.i.v. het jaar 2015 verrekend in de woonlasten. De effecten voor de totale woonlasten worden in 2015 en 2016 gedempt via inzet van de egalisatiereserve Afvalstoffenheffing.
  • Bij de zogenaamde gebonden tarieven (afvalstoffenheffing, rioolheffing, bouwleges) gaan we uit van 100% kostendekkendheid.
  • Met betrekking tot de hondenbelasting zijn in het verleden extra verhogingen doorgevoerd, waardoor de kostendekking boven 100% uitkomt.
  • De overige tarieven van leges en belastingen worden verhoogd met de BBP-index.
  • Meerjarige accressen gemeentefonds ramen we voor 50%.

In deze begroting nemen we daarnaast de navolgende ontwikkelingen en voorstellen mee:

Ontwikkeling Gemeentefonds
De raming van het gemeentefonds is gebaseerd op de mei- en septembercirculaire 2016. Belangrijke ontwikkelingen zijn bijstelling accressen (voordelig € 3,3 miljoen in 2017, naar voordelig € 5,0 miljoen in 2020), 100% ramen plafond BTW compensatiefonds in 2017 (voordelig € 1,2 miljoen), uitname 2017 in verband met verhoogde asielinstroom (nadelig € 2,4 miljoen) en uitname voor VNG betalingen in 2017 (nadelig € 0,3 miljoen). Verder is voor 2020 een verdere toename van de opschalingskorting verwerkt (nadelig € 1,0 miljoen).
Conform de huidige systematiek zijn ook de diverse maatstaven, zoals aantal inwoners, aantal bijstandsgerechtigden e.d. voor het jaar 2017 geactualiseerd (per saldo structureel voordeel van € 3,1 miljoen).

Voor nieuwe en vervallen taken gaan we uit van evenredige budgetbijstellingen. Met betrekking tot de decentralisaties is uitgegaan van de huidige beleidslijn "we voeren de decentralisaties uit met de middelen die hiertoe overkomen". Ook de mutaties met betrekking tot de overige integratie- en decentralisatie-uitkeringen zijn neutraal verwerkt.

Ontwikkeling BUIG
In de begroting 2016 is een taakstelling met betrekking tot BUIG-maatregelen opgenomen. De meest relevante maatregelen zijn: intensiveren begeleiding naar werk bij de begeleidingsorganisaties, volledige uitnutting van het participatiebudget, intensiveringen van gerichte handhaving, screening bestand op alleenstaande ouders, vergroten aandeel parttime werk en versterken verbinding werkgeversdienstverlening- en begeleiding. Er zijn maatregelen uitgewerkt om tot een extra uitstroom van 400 uitkeringsgerechtigden in de periode 2015-2017 te komen.

De in april 2016 bekend gemaakte verdeling van het voorlopig macrobudget 2016 voor de Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorziening aan Gemeenten (BUIG) heeft tot een incidenteel nadeel van € 3,8 miljoen in 2016 geleid. Het financieel effect in de jaren 2017 en verder is beperkter van omvang; ook zijn er nog ontwikkelingen die een positief effect met zich mee kunnen brengen:

  • Bijstelling van het macrobudget op basis van de realisaties 2016;
  • Aanpassing van het verdeelmodel BUIG, waarin kenmerken worden toegevoegd die voor Tilburg gunstig meewegen.

Door deze ontwikkelingen is de verwachting dat het totale extra negatieve effect wordt opgeheven door hogere inkomsten.

Herijkingen
Van jaar op jaar worden de begrotingsposten geactualiseerd. Hierbij wordt uitgegaan van de spelregels "Budgetbijstelling, zo doen we dat in Tilburg" zoals vastgesteld in de raad van 16 december 2013. Het betreft onder meer de effecten van loon- en prijsontwikkelingen en aanpassing van budgetten gekoppeld aan het aantal inwoners en aantal woningen. Ook zijn diverse formatie-calculatiemodellen bijgesteld.
Daarnaast zijn nog een aantal specifieke herijkingen verwerkt: in het bijzonder een incidenteel budget van € 0,7 miljoen voor de organisatie van Koningsdag 2017 en het incidentele voordeel van € 3,2 miljoen in 2017 als gevolg van de vernieuwing BBV (zie toelichting hierna).

Vernieuwing BBV (Besluit Begroting en Verantwoording)
Met de vernieuwing BBV worden vanaf 2017 alle investeringen op dezelfde wijze behandeld. Dit betekent dat niet alleen de investeringen met economisch nut moeten worden geactiveerd, maar ook alle investeringen met een maatschappelijk nut. Daardoor moeten investeringen die tot nu toe direct ten laste van de exploitatie zijn gebracht, voortaan geactiveerd worden en over de gebruiksduur worden afgeschreven.

Door het verplicht activeren en afschrijven van investeringen maatschappelijk nut worden de lasten uitgesmeerd over meerdere jaren en ontstaat er in de eerste jaren tijdelijk begrotingsruimte (€ 3,2 miljoen in 2017, € 2,4 miljoen in 2018, € 2,1 miljoen in 2019 en € 2,5 miljoen in 2020). Geleidelijk wordt deze ruimte volledig ingevuld door kapitaallasten (kosten van afschrijving en rente). Op het moment dat we blijven werken met een omslagrente dan is het activeren op termijn zelfs duurder voor de gemeente omdat ook de rentelast moet worden betaald.

In de vernieuwing BBV is ook een wijziging in de manier waarop gemeenten met rente om mogen gaan voorgenomen. Er is een nieuwe rentenotitie met een nadere uitwerking. Deze nieuwe notitie heeft echter landelijk tot veel vragen geleid bij de implementatie. Om die reden is de ingangsdatum van deze maatregel opgeschoven van 1 januari 2017 naar 1 januari 2018. Wij verwachten dat de implementatie van de vernieuwing BBV voor de rentesystematiek een nadeel zal opleveren voor het financieel beeld. Daarom wordt het voordeel van het activeren van investeringen maatschappelijk nut vanaf 2018 hiervoor gereserveerd.

De verschuivingen tussen exploitatiebudgetten en investeringskredieten als gevolg van de nieuwe regelgeving zijn tevens verwerkt in de bijlage investeringen bij deze begroting.

Bijstellingen Coalitieakkoord

Sport op orde
Van de oplopende taakstelling van € 1,0 miljoen in 2018 is door maatregelen en verbeteringen binnen de
bedrijfsvoering van het Sportbedrijf reeds € 0,3 miljoen gerealiseerd. Voor het behalen van de resterende
taakstelling van € 0,7 miljoen worden mogelijkheden gezien tot een bedrag van € 0,2 miljoen. Verder inlopen
van de taakstelling kan niet zonder het sluiten van een grote sportaccommodatie of ingrijpen in het
sportstimuleringsbeleid. Beide opties vinden we niet passend in het coalitieakkoord, vandaar dat we de resterende taakstelling van € 0,5 miljoen willen laten vervallen.

Ontwikkelagenda Groen in de stad
De ruimte binnen het Meerjarenprogramma Openbare Ruimte waarmee we dachten de groenimpuls vorm te
geven blijkt minder groot. Daarom voegen we een exploitatiebudget van € 0,5 miljoen toe aan het bestaande
budget voor groen ten behoeve van de ontwikkelagenda Groen in de stad.

Structurele financiering Groen i.r.t. MJP
Aanvullend op € 0,5 miljoen exploitatiebudget voor de ontwikkelagenda nemen we met ingang van de
begroting 2017 ook een jaarlijks investeringsbudget van € 0,3 miljoen op. De bijbehorende kapitaallasten
verwerken we in het financieel beeld. Hiermee borgen we de benodigde kredieten t.b.v. het langcyclisch onderhoud conform het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau.

Op basis van bovengenoemde ontwikkelingen presenteren wij de volgende uitgangspositie voor het opstellen van de begroting 2017.

N = nadeel, V = voordeel
(x € 1 miljoen)

Begroting 2017

Begroting
2018

Begroting
2019

Begroting
2020

Uitkomst Programmabegroting 2016

-

V

1,3

V

2.9

V

2,9

Structurele effecten Jaarrekening 2015

N

0,3

N

0,3

N

0,3

N

0,3

Structurele effecten Tussenrapportage 2016

N

1,1

N

1,0

N

1,6

N

2,1

Vertrekpositie Programmabegroting 2017

N

1,4

0

V

1,0

V

0,5

Ontwikkeling gemeentefonds

V

4,6

V

6,7

V

7,2

V

7,8

Ontwikkeling BUIG

-

-

-

-

Herijkingen:

  • Nominale bijstellingen

N

5,3

N

5,3

N

5,4

N

5,4

  • Autonome bijstellingen

N

0,7

N

0,6

N

0,7

N

0,7

  • Overige bijstellingen

V

2,5

N

0,3

V

0,1

V

0,3

Bijstellingen Coalitieakkoord

N

0,6

N

1,1

N

1,1

N

1,1

Nieuw beleid
Bij de Perspectiefnota 2017 is aangegeven dat we de ambities die we op basis van het coalitieakkoord hebben uitgezet verder willen voortzetten. Hiervoor zijn diverse voorstellen nieuw beleid opgenomen.
Daarnaast wordt voor voortzetting van ondermijnende criminaliteit in 2018 en 2019 een bedrag van € 0,5 miljoen uitgetrokken om de nieuwe convenantperiode te kunnen dekken. Ten behoeve van de aanpak van de integratie en participatie van vluchtelingen creëren we een bestemmingsreserve voor een bedrag van € 2,7 miljoen. Verduurzaming gebouwenexploitatie en inzet van CC-regisseurs bij het Zorg- en veiligheidshuis komen ten laste van bestaande budgetten. In het kader van het coalitieakkoord is vervangende huisvesting van de Nieuwste School opgenomen als een van de prioritaire projecten. Hiervoor wordt nu ook een voorstel opgenomen.
Verder zijn nog een aantal technische voorstellen opgenomen zonder budgettaire effecten.

Besparingen
Er heeft een verkenning plaatsgevonden naar mogelijkheden hoe we door te investeren structurele ruimte kunnen creëren in de exploitatie. Een tweetal business cases worden haalbaar geacht. Het gaat dan om de business cases "LED verlichting" en "Sociale Fraude". In het kader van onderuitputting (lucht uit de begroting) worden voor een totaal bedrag van € 0,6 miljoen maatregelen ingeboekt.
Uit een analyse van de ruimte in de overige bestemmingsreserves is af te leiden dat deze voor een bedrag van € 0,5 miljoen kunnen vrijvallen. Daarnaast wordt de reserve compensatie BCF verschillen binnen de grondexploitatie opgeheven en gedeeltelijk ingezet om de eerder genoemde bestemmingsreserve Vluchtelingen te vullen. Het restant wordt toegevoegd aan de Algemene reserve grondexploitatie.

Op basis van bovengenoemde ontwikkelingen presenteren wij een begroting die voor de komende jaren het volgende financiële beeld laat zien:

N = nadeel, V = voordeel
(x € 1 miljoen)

Begroting 2017

Begroting
2018

Begroting
2019

Begroting
2020

Uitgangspositie financieel beeld (incl. bijstellingen coalitieakkoord)

N

0,9

N

0,6

V

1,1

V

1,4

Voorstellen nieuw beleid

N

4,0

N

1,7

N

1,6

N

1,1

Subtotaal

N

4,9

N

2,3

N

0,5

V

0,3

Besparingen (incl. incidentele vrijval reserves)

V

4,0

V

1,0

V

0,6

V

0,6

Begrotingsbeeld 2017-2020

N

0,9

N

1,3

V

0,1

V

0,9

Onttrekking algemene reserve

V

0,9

V

1,3

-

-

Verevening begrotingsresultaat 2017
Ons begrotingsbeeld voor de komende jaren laat een structureel sluitende begroting zien. De incidentele nadelen in 2017 en 2018 onttrekken we aan de algemene reserve.

Normering algemene reserve
De huidige normering van de algemene reserve bedraagt 8% van de uitkering Gemeentefonds (excl. integratie-uitkering Sociaal Domein) en opbrengst OZB.

Voor 2017 zijn de bandbreedtes:

Bovenbandbreedte 9%

€ 25,0 miljoen

Norm 8%

€ 22,2 miljoen

Onderbandbreedte 7%

€ 19,5 miljoen

Inclusief de onttrekking voor het incidentele nadeel 2017 bedraagt de verwachte stand van de Algemene reserve ultimo 2017 € 19,7 miljoen. Deze stand ligt boven de onderbandbreedte van 7%.
Met de voorziene onttrekking voor 2018 daalt de algemene reserve ultimo 2018 naar € 18,4 miljoen. Dit betekent dat deze conform vastgesteld beleid op dat moment zal worden aangevuld tot de onderbandbreedte vanuit de RGI.

Materieel evenwicht
Een belangrijk uitgangspunt voor het provinciaal toezicht is een reëel sluitende begroting voor 2017. Dit houdt in dat de begroting in evenwicht is, waarbij de jaarlijks terugkerende lasten zijn gedekt door jaarlijks terugkerende baten. Het is uiteraard wel mogelijk om in de begroting in één of twee jaren een deel van de reserves in te zetten voor de eenmalige uitgaven waarvoor ze zijn bestemd. In bijlage 5 is een overzicht opgenomen van de in de begroting 2017 verwerkte incidentele baten en lasten.

N = nadeel, V = voordeel
(x € 1 miljoen)

Begroting 2017

Begroting
2018

Begroting
2019

Begroting
2020

Financieel beeld Programmabegroting 2017-2020

0

0

V

0,1

V

0,9

Saldo incidentele baten en lasten

N

2,9

N

2,1

N

1,8

N

0,1

Wanneer we het incidentele saldo verrekenen met het totale saldo van de Programmabegroting, kunnen we concluderen dat onze structurele lasten gedekt worden door structurele baten.

In deze begroting zijn ook voorstellen opgenomen met gevolgen voor de omvang van de formatie. Hierdoor neemt de formatie in 2017 toe met 110,24 fte.

Specificatie formatieontwikkeling

Uitvoering taken 3D

57,00 fte

Formatie-calculatiemodellen:

39,08 fte

  • Burgerzaken (voor 2 jaar)               

6,40 fte

  • Fraudebestrijding         

1,50 fte

  • Schuldhulpverlening

3,24 fte

  • Juridische zaken

9,44 fte

  • Werk en Inkomen

18,50 fte

Voorstellen nieuw beleid:

9,35 fte

  • Circulaire economie

0,75 fte

  • Externe veiligheid

0,80 fte

  • Adressen op orde

5,80 fte

  • Continuering aanpak wanbetaling zorgpremie (voor 2 jaar)

2,00 fte

Autonome groei inzameling huishoudelijk afval

2,25 fte

Optimalisatievoorstellen afvalinzameling

1,56 fte

Programmamanager Stedelijke Ontwikkeling

1,00 fte

Totaal formatie ontwikkeling

110,24 fte

De formatie-uitbreiding in de begroting kan worden verklaard uit de volgende ontwikkelingen:

Formatieve gevolgen 3D's
De kosten van de drie grote decentralisaties in het sociale domein (inclusief de personele kosten) worden gedekt uit de rijksmiddelen die we hebben ontvangen voor deze taken. Veel van het werk is tot dusver gedaan met medewerkers op basis van tijdelijke contracten. Inmiddels krijgen we meer zicht op de noodzakelijke formatie voor deze taken. Voor de uitvoering van de hiermee gemoeide taken is een structurele formatie van 57 fte nodig. De financiële verwerking van deze formatie is nu structureel in deze begroting opgenomen. Eerder is 10,26 fte al in de formatie verwerkt.

Formatieve gevolgen formatie-calculatiemodellen
De formatie-calculatiemodellen zijn vastgesteld door het college. Wijzigingen die hieruit voortkomen worden in de begroting zowel in financiële als in formatieve zin beschouwd als herijkingen op het vastgestelde beleid. Gezamenlijk leiden deze formatie-calculatiemodellen tot een uitbreiding van totaal 39,08 fte.
Twee van deze formatie-calculatiemodellen leiden tot forse formatieve uitbreidingen en lichten we daarom separaat toe. De uitbreiding voor Schuldhulpverlening en Juridische zaken is voor 2016 al in de Tussenrapportage opgenomen. Het structurele effect is in deze begroting verwerkt.

De uitbreiding met 18,5 fte bij de afdeling Werk en Inkomen wordt met name veroorzaakt door het feit dat na de invoering van NOMA in 2014 de formatie niet meer is aangepast. Dit terwijl er wel sprake is van een sterk toegenomen klantenbestand. Naar aanleiding van de invoering van NOMA is dit jaar een nieuw formatie-calculatiemodel ontwikkeld. Dit model is op 13 september 2016 door het college vastgesteld.

De uitbreiding met 9,44 fte bij de afdeling Juridische Zaken wordt met name verklaard door de toename van bezwaar- en beroepschriften. Deze toename is veroorzaakt door enerzijds de groei in het klantenbestand van Werk & Inkomen, anderzijds door de extra taken die in het kader van de 3D's naar de gemeente zijn gekomen waartegen in bezwaar en beroep kan worden gegaan. In de jaren 2012-2015 zijn hiervoor steeds incidentele maatregelen getroffen. Voor de structurele oplossing is nu een formatie-calculatiemodel ontwikkeld. Het model is op 12 april 2016 door het college vastgesteld.

Overige formatieve ontwikkelingen
De voorstellen m.b.t. de autonome groei inzameling huishoudelijk afval (2,25 fte) en optimalisatievoorstellen afvalinzameling (1,56 fte) betreffen beide herijkingen op het vastgesteld beleid.

Het college heeft in de Tussenrapportage al het voorstel gedaan voor het creëren van de functie programmamanager Stedelijke ontwikkeling (1,0 fte). De raad heeft hiermee ingestemd. De effecten voor 2017 en 2018 zijn nu opgenomen in de Programmabegroting.

In het BBV is een basisset van vijf kengetallen verplicht gesteld. Deze kengetallen geven in samenhang informatie over de financiële positie van de gemeente. Op basis van deze vijf kengetallen kan geconcludeerd worden dat onze financiële positie solide is. In paragraaf 4.1 Inzicht in financiële status en weerbaarheid is een nadere toelichting opgenomen.

Op basis van de waarde van een gemiddelde woning bedragen de woonlasten in 2017 € 561,99. Ten opzichte van 2016 betekent dit een stijging van € 5,36 ofwel 0,96%.
In paragraaf 4.5 Lokale heffingen is een nadere toelichting opgenomen. Naar verwachting blijven we, conform onze doelstelling, in de onderste regionen voor wat betreft de hoogte van woonlasten van de grote gemeenten in Nederland.