Begroting 2017

Het weerstandsvermogen van de gemeente is het vermogen om incidentele financiële risico's op te kunnen vangen en daarmee de gemeentelijke structurele taken te kunnen voortzetten. We bepalen het weerstandsvermogen door de relatie te leggen tussen de weerstandscapaciteit (de middelen die beschikbaar zijn om niet begrote kosten te dekken) en de risico’s die we als gemeente lopen en waarvoor op onze balans geen voorzieningen zijn getroffen. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de gemeentelijke begroting is.

Weerstandscapaciteit
In de 'Financiële beheersverordening gemeente Tilburg 2015' is aangegeven wat wij tot onze weerstandscapaciteit rekenen. De weerstandscapaciteit bestaat uit:

  1. de reservecapaciteit: de algemene reserve, de reserve duurzame investeringen, de reserve grootschalige investeringswerken (RGI), de egalisatiereserve 3D's en de algemene bedrijfsreserves en egalisatiereserves van de gesloten exploitaties;
  2. de onbenutte belastingcapaciteit;
  3. een eventueel begrotingsoverschot.

De op deze wijze berekende weerstandscapaciteit bedraagt op grond van de balansgegevens eind 2015 € 199,6 miljoen. Eind 2016 zal dit saldo naar verwachting circa € 188,0 miljoen bedragen. Het bedrag is als volgt opgebouwd.

Weerstandscapaciteit per 01-01-2017
(bedragen x € 1.000,-)

Incidenteel

Structureel

Reserve capaciteit:

Algemene reserve

21.620

Reserve Grootschalige Investeringswerken

67.635

Reserve Duurzame investeringen

1.670

Algemene bedrijfsreserve:

  • Grondexploitatie

26.700

  • Risico's grondexploitatie

39.334

  • Betaald parkeren

3.996

Egalisatiereserve:

  • Gemeentegebouwen

322

  • 3 Decentralisaties

11.467

Totaal reservecapaciteit

172.744

Onbenutte belastingcapaciteit:

  • Onroerende zaakbelastingen

15.274

  • Rioolheffing

-

  • Afvalstoffenheffing

-

Totaal onbenutte belastingcapaciteit

15.274

Begrotingsoverschot 2017

0

Naast de reserves die tot de weerstandscapaciteit behoren, kennen we nog de reserve Beleggingsfonds 2000 die gevormd is uit de opbrengst erfpachtgelden. Het saldo ultimo 2016 bedraagt circa € 66 mln. Binnen deze reserve is een vrij inzetbare eindwaarde aanwezig die echter afhankelijk is van toekomstige rentetoerekeningen, de vastgelegde onttrekkingen voor de herstructurering en de inzet van rendementen. Bij het instellen van het Beleggingsfonds 2000 is afgesproken dat elke 5 jaar de rente wordt herijkt op basis van het percentage voor 5 jaars fixe leningen. Het huidige rentepercentage is 2% voor de periode 2014-2018. Vanwege de verplichtingen die op deze reserve rusten en de onzekerheden rondom de eindwaarde rekenen we deze reserve niet mee in de weerstandscapaciteit.

Conclusie met betrekking tot het weerstandsvermogen van de gemeente
De omvang van de per 1 januari 2017 aanwezige weerstandcapaciteit van € 188 miljoen is ten opzichte van de stand bij de jaarrekening 2015 (€ 199,6 miljoen) met € 11,6 miljoen afgenomen. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van afname van de Algemene Reserve Grondexploitatie (€ 4,5 mln.), de Reserve risico's Grondexploitatie (€ 6,5 mln.) en de reserve 3 Decentralisaties (€ 3,5 mln.). Hier staat een stijging tegenover van de onbenutte belastingcapaciteit (€ 3,7 mln.). Wij achten deze weerstandscapaciteit van € 188 mln. ruim voldoende gelet op de aanwezige risico´s en het hiermee samenhangende gekwantificeerde bedrag van € 65,8 mln. in de risicomatrix zoals hierna opgenomen.

Hierna worden de belangrijkste risico's beschreven waarbij een inschatting is gemaakt van de kans van optreden en het bedrag dat met het risico samenhangt. Allereerst worden enkele algemene risico's beschreven en vervolgens de specifieke Tilburgse risico's.

Tot de algemene risico's behoren risico's als macro-economische ontwikkelingen en rente-, loon- en prijsontwikkelingen. Daarnaast zijn er onzekerheden over (toekomstig) rijksbeleid en ontwikkelingen in wet- en regelgeving (bijvoorbeeld fiscale wetgeving) die risico's met zich meebrengen. Door deze onzekerheden is het op dit moment vaak nog niet mogelijk de eventuele financiële omvang van deze risico's te kwantificeren. Overigens hebben alle gemeenten in ons land hiermee te maken.

I. Ontwikkeling Gemeentefonds (incl. herverdeling) en aanvullende bezuinigingen
Wijzigingen in het uitgavenniveau van de Rijksoverheid, waaronder (verdere) bezuinigingen, hebben invloed op de ontwikkeling (accres) van het gemeentefonds en brengen daarom financiële risico's met zich mee (trap-op trap-af systematiek). Naast deze macro-ontwikkeling geeft ook de verdeling onzekerheid. Doordat de totale omvang van het gemeentefonds niet wijzigt, kan door aanpassing van de landelijke uitkeringsbasis een effect ontstaan (tweede-orde-effect).

Specifiek met betrekking tot het gemeentefonds kunnen onderstaande risico's worden genoemd:

  • De nieuwe verdeling van het subcluster Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV) houdt in dat de voorgestelde verdeling per 2017 opnieuw voor 33% wordt doorgevoerd. Hiermee komt het aandeel van de nieuwe verdeelformule uit op 66%. Aanvullend is, mede op advies van de VNG en de Rfv, besloten om voor de jaren 2017 en verder een verdiepend onderzoek in te stellen naar het subcluster VHROSV, alvorens een besluit te nemen over het restant. De openstaande vraagpunten worden meegenomen in het kader van de herziening van de gemeentelijke financiële verhoudingen. In deze herziening wordt ook buiten de kaders van de huidige systematiek gekeken naar toekomstige verdeelmodellen. Dit meerjarige herzieningstraject zal op korte termijn een aanvang nemen. In dit traject zullen de vraagpunten worden meegenomen die na het verdiepende onderzoek uit 2016 resteren.
  • De totale opschalingskorting bedraagt landelijk € 975 mln. in 2025. Tot en met 2020 betreft dit een korting van € 370 mln. die in het Gemeentefonds is verwerkt. Bij de Programmabegroting 2017 is hier rekening mee gehouden. Indien de resterende korting op dezelfde wijze wordt doorbelast, betekent dit voor onze gemeente een aanvullende korting oplopend tot circa € 7,5 mln.

II. Drie Decentralisaties

Wmo en Jeugdhulp
Het Rijk geeft gemeenten steeds meer taken en verantwoordelijkheden. Met name de drie decentralisaties in het sociale domein springen hierbij in het oog: invoering van de participatiewet, overheveling van taken uit de AWBZ naar de Wmo en decentralisatie van de jeugdzorg naar gemeenten. Bovendien gaat deze ontwikkeling gepaard met flinke bezuinigingen. Voor gemeenten brengt dit forse veranderingen met zich mee in de komende jaren en hier zijn risico's aan verbonden op zowel organisatorisch, financieel als maatschappelijk vlak. Dit betreft:

  1. De omvang van de doelgroep en de zorgvraag is groter dan voorzien

Binnen het sociaal domein geldt dat wij het zorggebruik en de kosten hiervan vooraf ramen en begroten. Wanneer de zorgvraag groter blijkt dan vooraf verwacht, ontstaat een tekort. Dit betekent per definitie dat er sprake is van een risico in onze begroting. Immers, inwoners hebben recht op een resultaatgerichte oplossing (op basis van doelmatigheid) en soms zelfs recht op een voorziening (op basis van rechtmatigheid). Met andere woorden: uitstel van zorg is geen (acceptabele) mogelijkheid. Doordat wij pas één jaar ervaring hebben met onze nieuwe taken, nog volop aan het ontwikkelen zijn op een nieuwe werkwijze en weinig historische inzichten hebben over de doelgroep en de zorgvraag is dit risico op dit moment nog lastig in te schatten.

  1. De bezuinigingen zijn niet realiseerbaar

Aanvullend op bovenstaand punt is er in ieder geval sprake van een bezuinigingsopgave op het macrobudget (percentages variëren afhankelijk van het onderwerp). De bezuinigingen moeten deels gerealiseerd worden door de transformatie van het sociale domein, waardoor de behoeften van inwoners verandert en de zorgconsumptie uiteindelijk daalt. Het staat buiten kijf dat het enkel op basis van kostprijsreductie en/of afnemende zorgconsumptie door strengere toewijzing te weinig effect heeft om de bezuinigingen te realiseren. De mate waarin en in welk tempo we slagen de transformatie vorm te geven om de bezuinigingen te realiseren vormt een risico.

  1. Hogere uitvoeringskosten door knelpunten en onvoorziene inzet
    Jaarlijks ramen we de uitvoeringskosten in het sociaal domein (2% á 3%). Deze inzet ramen we vooraf. Door de transformatie, maar ook door andere wetswijzigingen krijgen we veel ondersteuningsvragen van inwoners. Dit betreft ook vragen van inwoners die zorg nodig hebben die buiten het gemeentelijke domein valt, maar waarvan onduidelijk is hoe deze zorg georganiseerd is, de extra inzet rondom het PGB wanneer hier knelpunten ontstaan, het innen van eigen bijdragen en herindicatie. Zeker in de eerste jaren na de decentralisatie blijkt dat wanneer zich knelpunten voordoen er veel capaciteit wordt gevraagd om deze op te lossen en alle inwoners zo snel mogelijk te helpen. De inzet van deze extra capaciteit en de kosten die dit met zich meebrengt vormt een risico.
  2. Geen volledige sturing op de toewijzing van jeugdhulp

De toewijsbevoegdheid naar Jeugdhulp verloopt niet alleen via de gemeentelijke Toegang maar ook via de huisartsen en de Gecertificeerde instellingen (GI). Het risico is dat met name huisartsen een te genereus verwijsgedrag vertonen naar Jeugdhulp (vooral GGZ zorg) zonder afdoende alternatieven mee te wegen (ondersteuning vanuit eigen praktijk of inzet ondersteuning maatschappelijk werk).

  1. Gezamenlijke sturing met andere gemeenten

Als gastheergemeente (Jeugd) en centrumgemeente (Wmo) sturen we een deel van de processen rondom Jeugdzorg in samenwerking met de regiogemeenten en niet alleen vanuit de eigen gemeente. De risico's met betrekking tot de rol als gastheergemeente vragen om een strakke en duidelijke structuur van afstemming en verantwoording.

Participatiewet Gewijzigd
Landelijk verdeelmodel BUIG- en Participatiebudget

Met de invoering van de Participatiewet (P-wet) per 1 januari 2015 hebben gemeenten de re-integratie-verantwoordelijkheid gekregen voor de doelgroep bijstandsgerechtigden en ook voor de mensen die als gevolg van hun beperkingen niet volledig inzetbaar zijn (voormalig Wajong). De inkomensvoorziening en re-integratie voor mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt is daarmee integraal komen te vallen onder het financieringsregime van de P-wet. Hieraan zijn een aantal risico's verbonden:

  • Het Rijk verdeelt de landelijke budgetten over de gemeenten via objectieve verdeelmodellen. Hierdoor lopen de budgetten niet noodzakelijkerwijs in de pas met de uitgaven die gemeenten moeten doen voor met name de uitkeringen. De voortdurende landelijke discussie over de verdeling van het landelijke budget en de aanpassingen in het verdeelmodel maken dat de omvang van de inkomsten onzeker is. Gemeenten kunnen niet sturen op de omvang van deze budgetten. Sturing kan wel aan de kostenkant door een combinatie van instroom-beperkende maatregelen en preventie, handhaving en re-integratieactiviteiten. De effectiviteit van re-integratie is echter door de gemeente ook maar weer tot op zekere hoogte beïnvloedbaar (zie ook volgend punt).
  • De economie krabbelt op na de crisis die sinds 2008 onder meer geleid heeft tot een hoger bijstandsvolume. De werkgelegenheid neemt weliswaar toe, maar de stijging is nog aarzelend. Daar komt nog bij dat de werkgelegenheid stijgt met banen waarop de doelgroep van de Participatiewet niet altijd één op één inzetbaar is.
  • Bij het re-integreren van bijstandsgerechtigden is de gemeente in hoge mate afhankelijk van de vacatures die het bedrijfsleven heeft en de kansen die zij hierin wil en kan bieden aan de doelgroep van de Participatiewet. Hoewel we zien dat het bedrijfsleven in toenemende mate kansen biedt aan de doelgroep, mede ook door invulling van de gemaakte afspraken uit het Sociaal Akkoord 2013 en het Ondernemersakkoord, zien we ook dat deze geboden kansen nog niet voldoende zijn om het bijstandsvolume te doen dalen.
  • In 2015 is het Tilburgse uitvoeringsmodel NOMA geëvalueerd. Daarin is gebleken dat met het in 2014 ingevoerde model een positieve weg is ingeslagen, maar dat op een aantal aspecten nog een verdere ontwikkeling dan wel bijstelling gewenst is. De effectiviteit van de werking van NOMA is daarmee een van de belangrijke factoren in de te behalen resultaten op re-integratie, zover als de gemeente hierop invloed kan uitoefenen.

Impact op BUIG

De trend van het uitkeringsbestand is nog steeds stijgende. De benodigde uitstroom uit het uitkeringsbestand realiseren we op dit moment nog niet, waardoor het risico bestaat dat we de taakstelling op de BUIG niet realiseren, ondanks de intensiverende maatregelen. Dit kan vervolgens ook effect hebben op de inzet van participatiemiddelen uit het P-budget.

Doelgroep voormalig WSW

De WSW kent ook een doelgroep beschut met oude rechten die onder meer werkt binnen de infrastructuur voor beschut werk, zoals de Diamant-groep deze onderhoudt. Door uitstroom van WSW-werknemers (de oude WSW-regeling) zal de omvang van de doelgroep WSW binnen de Diamant-groep geleidelijk (circa 6% per jaar) afnemen. Dit betekent dat de beschikbare subsidie en andere middelen die de Diamant-groep inzet om de huidige infrastructuur voor uitvoering van hun taken voor de doelgroep "oud-WSW" te bekostigen, ook zal afnemen. Het beleid van de gemeente Tilburg is er op gericht om voor de nieuwe doelgroepen Participatiewet (beperkte loonwaarde, arbeidsmatige dagbesteding) - mits arbeidsmarktrelevant - deze infrastructuur in te blijven zetten. Hiervoor zullen we samen met de overige GR-gemeenten een strategieplan opleveren dat inhoudelijk, organisatorisch en financieel perspectief moet bieden. De Diamant-groep ontwikkelt zich daarbij naar een organisatie die werk organiseert voor een gemengde doelgroep van "oud WSW" en nieuwe P-wet, waarbij de eerste groep kleiner en de tweede groep groter zal worden. De nieuwe doelgroepen zijn ook meer divers in termen van begeleidingsbehoefte, verdiencapaciteit en verblijfsduur binnen de Diamant-groep. Het strategieplan en de meerjarenbeleidsbegroting, waarover het bestuur van de Diamant-groep (DG) in juni 2015 een besluit heeft genomen, zetten een koers uit waarbij de Diamant-groep de tekorten op de uitvoering van de "oud-WSW" puur compenseert door de inzet van kandidaten uit de doelgroep P-wet. De Diamant-groep dient daarbij een verdienmodel te ontwikkelen waarbij ze nieuwe inkomsten genereert, zowel vanuit de begeleiding, alsook vanuit het verzilveren van de verdiencapaciteit van deze nieuwe doelgroepen.
Perspectief is dat de Diamant-groep de komende jaren een sluitende begroting kan overleggen mits zij de in het strategieplan uitgezette organisatieontwikkeling ook uitvoert.

Risicoafdekking 3 decentralisaties
Wij voorzien op de middellange termijn voldoende te kunnen sturen op beheersing van de zorgkosten door innovaties, sturing op de toegang en specialisten en verandering van mindsets.
In ieder geval voor de kortere termijn is vanuit het coalitieakkoord bij de Jaarrekening 2013 een egalisatiereserve voor de drie decentralisaties ingesteld. Deze reserve zetten we in om onvoorziene gevolgen van de drie transities in het sociale domein op te vangen en voor innovatie ten behoeve van de gewenste transformatie.

III. Inkomensbudget / Rijksbijdrage I-deel
Bij vaststelling van het macrobudget I-deel is het uitgangspunt dat voor alle gemeenten tezamen een toereikend budget wordt vastgesteld. Het macrobudget wordt voorlopig vastgesteld in september voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. In september van het uitvoeringsjaar wordt het budget definitief vastgesteld. De mogelijkheid bestaat dat het definitieve budget afwijkt (positief of negatief) van het voorlopig vastgestelde budget ten gevolge van actuele inzichten in conjunctuur en gevolgen van het rijksbeleid.
Vanaf 2015 is er een nieuw verdeelmodel voor de BUIG, het multiniveau-model, gemaakt door het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dit model is nadien, ook voor 2017, verder ontwikkeld. Ondanks deze verbeteringen blijft het meerjarig beeld met betrekking tot de BUIG negatief. Tenslotte is in 2017 ook de vangnetregeling en de hoogte van het eigen risico voor de gemeente herzien.

IV. Wet HOF
Om strakker te kunnen sturen op de afspraken die het Rijk heeft gemaakt in Europees verband over de staatsschuld is de Wet Houdbare Overheids Financiën (wet HOF) ingevoerd. Deze wet is bedoeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksniveau. In het financieel akkoord van januari 2013 is opgenomen dat het kabinet sancties als gevolg van overschrijding van de tekortnorm gedurende deze kabinetsperiode niet toepast. Wel kan strikt genomen, conform de Wet FIDO en de Wet HOF, een eventuele boete uit Europa worden doorberekend aan de decentrale overheden.

V. Overige wetgeving-jurisprudentie RO
Wetgeving op het gebied van ruimtelijke ordening wordt continu gewijzigd. Dat brengt veel onduidelijkheid met zich mee over wat precies geldend is op een bepaald moment (bijvoorbeeld de wijzigingen in het kader van de Crisis- en Herstelwet). Deze wijzigingen vragen om een vertaling naar en aanpassing van de onderbouwing van de bestemmingsplannen en de plansystematiek. Dit kan leiden tot vernietiging van een bestemmingsplan waardoor procedures opnieuw moeten worden gevoerd dan wel dat projecten definitief geen doorgang kunnen vinden indien gebreken niet gerepareerd kunnen worden.

VI. Vennootschapsbelasting overheidsbedrijven
Met ingang van 2016 gaan overheidsondernemingen een belasting over de winst (vennootschapsbelasting) betalen om een gelijk speelveld met belastingplichtige marktpartijen te creëren. Op Prinsjesdag 2014 is hiervoor een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer dat in mei 2015 is aangenomen in de Eerste Kamer. We hebben in 2015 een aanvang gemaakt met de inventarisatie van de gevolgen van de vennootschapsbelastingplicht voor de organisatie door het in kaart brengen van de bestaande activiteiten van de gemeente Tilburg. We zijn gestart met een nadere analyse van de activiteiten om de impact en de financiële gevolgen van de wet voor de gemeente concreter in beeld te krijgen. Tevens wordt gekeken naar de samenhang met de btw en de gevolgen van de Wet Markt & Overheid. De mogelijke financiële impact is nu nog niet aan te geven.

VII. Verandering btw wetgeving Sport

Wanneer gemeenten sportaccommodaties ter beschikking stellen voor sportbeoefening, valt dat nu nog onder het lage btw-tarief (6%). In 2014 heeft het ministerie aangegeven dat het sportbesluit gewijzigd wordt. Dit zou kunnen betekenen dat deze terbeschikkingstelling onder de btw-sportvrijstelling komt te vallen. Gevolg is dat de betaalde btw in verband met de exploitatie van de sportaccommodaties niet langer meer verrekend kan worden (lees: terugontvangen). Dit is nadelig voor Tilburg. Ook kan een nadelig gevolg zijn dat bij investeringen in sportaccommodaties in de afgelopen 10 jaar - op basis van de zogenaamde btw-herzieningsregels - de in het verleden in aftrek genomen btw moet worden terugbetaald.
De staatssecretaris van Financiën had aangegeven de reikwijdte van de eventuele wijzigingen bij gelegenheid van de Fiscale Verzamelwet 2015 bekend te maken. Hierin wordt echter niets opgemerkt over de btw-sportvrijstelling. De staatssecretaris concludeerde medio 2015 dat de Europese btw-richtlijn en de daarbij behorende jurisprudentie dwingen tot aanpassing van de Nederlandse btw-sportvrijstelling. Hij acht een verruiming van de btw-sportvrijstelling dan ook op termijn onvermijdelijk. Ook de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties (door niet-winstbeogende instellingen) zal dan onder de btw-sportvrijstelling worden geschaard. Op korte termijn ziet het kabinet binnen de huidige kaders echter geen mogelijkheid om de budgettaire gevolgen hiervan in te passen. Verruiming van de btw-sportvrijstelling kan daarom nu niet aan de orde zijn, zo heeft de staatssecretaris laten weten. Een daadwerkelijke aanpassing van de btw-wetgeving op dit punt lijkt dus nog even te worden uitgesteld. Of er vervolgens overgangsrecht zal komen (bijv. om herziening van voorbelasting te voorkomen) is vooralsnog onduidelijk.

VIII. Vluchtelingen
In 2015 is de toestroom van asielzoekers (waaronder vluchtelingen) in Nederland en ook in Tilburg sterk toegenomen. Deze toestroom leidt tot een toename van het aantal statushouders en daarmee (via de landelijke taakstelling huisvesting vergunninghouders voor gemeenten) ook voor Tilburg. Deze statushouders maken aanspraak op een uitkering volgens de P-wet, bijzondere bijstand en andere gemeentelijke voorzieningen, waaronder de WMO. Met de verhoogde instroom zal de druk op de BUIG, het P-budget, armoedebeleid en de WMO dus toenemen. Het college heeft de ambitie uitgesproken om met een pakket van maatregelen de ondersteuning aan de vluchteling te verbeteren en deze ondersteuning sneller, meer integraal in een doorlopende aanpak in te richten om daarmee de inburgering te verbeteren en arbeidsparticipatie te verhogen.
We creëren een bestemmingsreserve integratie en participatie vluchtelingen ter hoogte van € 2,7 mln. voor 2017 en 2018 voor de dekking van nieuw beleid.

IX. Pensioenverplichting (voormalig) bestuurders
De verplichting die de gemeente heeft uit hoofde van (ingegane en niet-ingegane) pensioenen (voormalig) bestuurders wordt jaarlijks actuarieel herrekend. Afhankelijk van de renteontwikkeling en ontwikkeling in de levensverwachting van mannen en vrouwen in Nederland wordt de noodzakelijke reservering actuarieel berekend. Aangezien de actuariële berekening slechts éénmaal per jaar kan worden uitgevoerd op basis van de actuele disconteringsvoet die het ministerie eind december van het lopende jaar vaststelt en die wij volgen, is de omvang van de noodzakelijke bijstorting ten laste van het resultaat van het boekjaar vooraf niet bekend. Een eventuele mutatie op deze voorziening wordt bij het opstellen van de jaarrekening verwerkt.

X. Vernieuwing BBV - Rente
De vernieuwing BBV stelt nieuwe eisen aan de verwerking van rentelasten en -baten in de begroting en jaarstukken. De gemeenten worden gestimuleerd om de werkelijk verwachte rentelasten en -baten in de begroting en jaarstukken op te nemen. Zo wordt de rente over het eigen vermogen (reserves/voorzieningen) gemaximeerd op het gewogen samenstel van de externe rentelasten. Het saldo van de rentelasten en de rentebaten kan vervolgens worden toegerekend aan de activa. Dit betekent dat het werken met een vaste omslagrente (momenteel 3,5%) niet meer is toegestaan. De nieuwe regels zullen effect hebben op het begrotingssaldo, o.a. omdat het hanteren van de omslagrente van 3,5% nu tot een voordelig begrotingsresultaat leidt. Afhankelijk van verdere verduidelijking van de regelgeving en te maken keuzes en zal dit voordeel verminderen of helemaal verdwijnen. De nieuwe regelgeving gaat gelden vanaf de begroting 2018.

Het totaal van de specifieke risico's is in onderstaande matrix samengevat. Hierbij is uitgegaan van het hoogste bedrag uit de risicoklasse en zijn de risico's die geen relatie met het weerstandsvermogen hebben niet meegenomen.

X € 1.000

Risico-klasse:

Incidenteel

Structureel

Totaal

Aantal risico's

1: > € 5 mln.

47.300

7.500

54.800

3

2: > € 1 mln. < € 5 mln.

4.516

2.500

7.016

5

3: < € 1 mln.

902

3.100

4.002

10

Onbekend

0

0

0

7

(excl. risico's in relatie tot tarieven)

In onderstaande tabel geven we een overzicht van de specifieke risico's voor Tilburg waarna deze nader worden toegelicht. Er zijn ten opzichte van de Tussenrapportage 2016 enkele nieuwe risico's opgenomen, enkele risico's zijn vervallen. Andere zijn tekstueel aangepast naar de laatste stand van zaken.

Nr.

Omschrijving risico

Kans van optreden

Incidenteel
Structureel

Bedrag
(x € 1.000)

Klasse

Status

Sociale Stijging

Geen specifieke risico's. Zie met name algemene risico's hierboven op sociaal domein

Vestigingsklimaat

1.

TWM

Hoog

I

Onbekend

-

Gewijzigd

2.

Gate2 / Rotary Wing Training Center (RWTC)

Onbekend

I

Onbekend

-

Ongewijzigd

3.

Leges niet tijdig geactualiseerde bestemmingsplannen

Laag

S

1.000 - 2.500

2

Gewijzigd

4.

Planschade overeenkomsten: tegemoetkoming in schade

Midden

S

100 - 500

3

Ongewijzigd

5.

Achtervangfuncties WSW en WEW

Laag

I

onbekend

2

Gewijzigd

6.

Ruimte voor Ruimte regeling

Midden

I

1.366

2

Ongewijzigd

7.

Specifieke risico's grondexploitaties

Midden

I

39.300

1

Gewijzigd

8.

Stadsontwikkelingsmaatschappij (SOM)

Midden

I

Onbekend

-

Ongewijzigd

9.

Verkoop Attero (mogelijke opbrengst escrow)

Onbekend

I

0 - 500
(positief risico)

3

Ongewijzigd

10.

Vrijval escrow Intergas

Onbekend

I

0 - 248
(positief risico)

3

Ongewijzigd

11.

Verruiming Wilhelminakanaal

Onbekend

I

Onbekend

-

Gewijzigd

12.

Verhuurdersheffing huurwoningen

Midden

S

100 - 300

3

Gewijzigd

13.

Kermis

Hoog

S

800

3

Nieuw

Leefbaarheid

14.

Slachtplaats Tilburg

Onbekend

I

Onbekend

-

Ongewijzigd

15.

Damwanden Parkeergarage Pieter Vreedeplein

Midden

I

> 1.150

2

Ongewijzigd

16.

Ongeval zwembad Reeshof

-

-

-

-

Vervallen

17.

Herstelkosten atletiekbaan

Midden

I

700

3

Ongewijzigd

18.

BTW-regime Sport (zie onder algemene risico's)
Incidenteel
Structureel

Laag
Laag

I
S

3.000 - 8.000
1.000

1
3

Ongewijzigd

19.

Financiële positie OMWB (Omgevingsdienst Midden- en West Brabant)

Hoog

S

100 -500

3

Gewijzigd

20.

Nutsvoorzieningen openbare ruimte

Hoog

I

Onbekend

-

Gewijzigd

21.

Gebiedsgericht grondwaterbeheer (GGB)

Laag

I

200

3

Gewijzigd

22.

Ontoereikende reserve Onrendabele top parkeergarage Stappegoor

Hoog

I

2.000

2

Ongewijzigd

Bestuur

23.

Rechtsgeding lichtmastreclame

Laag

I

100

3

Ongewijzigd

24.

Onderzoek Europese commissie Willem II

-

-

-

-

Vervallen

25.

Gemeentefonds; opschalingskorting (zie onder algemene risico's)

Hoog

S

7.500

1

Gewijzigd

26.

Vertraging implementatie applicatie WIZ

Midden

I

650

3

Ongewijzigd

27.

tRom Chroom6

Midden

I

Onbekend

-

Gewijzigd

Risico zonder relatie met weerstandsvermogen vanwege doorrekening in tarieven

28.

Contract GFT afval

Laag

I

1.500

2

Ongewijzigd

29.

Volumeplicht huishoudelijk afval

Laag

I

2.500 - 3.000

2

Gewijzigd

30.

Lagere opbrengst rioolheffing niet-woningen

Hoog

S

100 - 500

3

Gewijzigd

*) klasse 1: > € 5 mln.; klasse 2: > € 1 mln. < € 5 mln.; klasse 3 < € 1 mln.

Nr.

Toelichting risico

Status:

1.

TWM
Gerechtelijke procedure
Op 1 juni 2007 zijn de drinkwateractiviteiten van TWM juridisch overgedragen aan Brabant Water NV. TWM opteert voor wat betreft de schadeloosstelling van Brabant Water voor de zogenoemde reproductiewaarde. Deze sinds 2009 lopende procedure is voor de rechtbank Breda voortgezet. Een commissie van deskundigen adviseert de rechtbank over de hoogte van de schadeloosstelling die Brabant Water aan TWM zal moeten vergoeden. De commissie heeft vragen aan de partijen gesteld om te komen tot een advies ten aanzien van de schadeloosstelling. Met instemming van de commissie van deskundigen hebben Brabant Water en TWM geprobeerd de vragen zoveel mogelijk gezamenlijk te beantwoorden en bij verschil van mening voor te leggen aan de commissie. TWM en Brabant Water hebben begin oktober 2014 de vragen van de deskundigen van de rechtbank beantwoord. Vanwege het omvangrijke en complexe geschil willen de deskundigen zich ten aanzien van een aantal technische punten daarin laten bijstaan door externe experts. De commissie zal het conceptadvies aan de partijen voorleggen. Na hun reactie maakt de commissie zijn advies definitief en legt het voor aan de rechtbank.

Geldlening TWM
Brabant Water NV heeft in 2007 een voorschot van € 35,2 mln. op de overnamesom overgemaakt. Dit voorschot was op dat moment onvoldoende om de resterende externe financieringen en de lopende exploitatielasten binnen de TWM-groep te kunnen dekken. Om de liquiditeitsproblematiek van TWM het hoofd te kunnen bieden, heeft de raad besloten tot een lening-arrangement. Op 4 juni 2015 heeft Brabant Water een aanvullend voorschot van € 21,3 mln. op de overnamesom overgemaakt. € 19,3 mln. hiervan heeft NV TWM op de uitstaande leningen van de gemeente Tilburg afgelost; de rest is nodig voor de eigen bedrijfsvoering. In 2016 is, met ingang van 1-1-2017, het lening arrangement teruggebracht tot een maximaal totaalbedrag van € 23,7 mln. en een rekening‐courantovereenkomst. Eind 2016 zal het uitstaande bedrag ca. € 5,5 mln. bedragen. Het bedrag in rekeningcourant zal eind 2016 ca. € 2,5 mln. bedragen. De uiteindelijke uitspraak over de hoogte van de schadeloosstelling zal bepalend zijn in hoeverre TWM de resterende gemeentelijke lening en de andere uitstaande verplichtingen kan terugbetalen.

TWM Gronden
De gronden van TWM Gronden BV maken geen onderdeel uit van de juridische procedure en blijven vooralsnog in eigendom van deze vennootschap. Een groot deel van de gronden betreft bos en natuurterrein waar geen inkomsten maar wel beheerlasten uit voortvloeien. De gronden die binnen TWM Gronden BV worden beheerd, blijven tot na afwikkeling van de juridische claim binnen deze vennootschap. Op dat moment zal de toekomst van TWM Gronden BV worden meegenomen in de besluitvorming tot verdere afbouw van de TWM‐groep.

Gewijzigd

2.

Gate2 / Rotary Wing Training Center (RWTC)
Binnen het project Aerospace & Maintenance is door de provincie Noord-Brabant in het kader van de subsidieregeling Samen Investeren een revolverende bijdrage van € 3,4 mln. ter beschikking gesteld voor de vastgoedontwikkeling Aerospace Maintenance Park binnen Gate2 BV. Ook wij als gemeente hebben hieraan een revolverende bijdrage van € 2,1 mln. geleverd. Beide bijdragen zijn begin 2015 door middel van een overeenkomst tussen de gemeente Tilburg en Gate2 BV omgezet in een renteloze lening. De aflossing van deze lening is gekoppeld aan de businesscase vastgoed en afhankelijk van de bezettingsgraad van het vastgoed en de verhuurmogelijkheden, ofwel van de mate van realisatie van de opbrengsten waarmee in de onderliggende businesscase rekening is gehouden. De grootste huurder van het vastgoed was tot voor kort RWTC BV, waarvan de gemeente (via Gate2 BV) ultimo 2015 voor 50% aandeelhouder is. Per 1 februari 2016 is het Ministerie van Defensie hierbij gekomen (zie ook hierna).
De gemeente loopt op beide renteloze leningen risico. De gemeente is ook aansprakelijk voor het provinciale gedeelte, indien de resultaten van Gate2 Vastgoed BV achter blijven bij de prognoses.
De Koninklijke Luchtmacht gaat een tweetal simulatoren overplaatsen naar Gilze-Rijen en heeft hiertoe een 10-jarig huurcontract afgesloten met Gate2 Vastgoed BV. Hiervoor moeten aanpassingen gedaan worden aan het gebouw. In relatie tot de bancaire financiering van deze noodzakelijke verbouwing is besloten de renteloze leningen gedurende de eerste 5 jaar van het contract met de Koninklijke Luchtmacht achter te stellen. Door de komst van de simulatoren neemt de bezetting van het vastgoed toe, wat de businesscase versterkt en de kans op terugbetaling van de leningen vergroot.

Het grootste risico zit in de levensvatbaarheid van RWTC en de mogelijke gevolgen daarvan voor de verhuur van de panden van Gate2 BV. De resultaten tot en met 2015 zijn niet goed. Indien de resultaten in 2016 niet verbeteren, zal er begin 2017 een liquiditeitsprobleem ontstaan en moet er een besluit liggen hoe verder te gaan met RWTC. Indien RWTC ophoudt te bestaan, zullen voor het gedeelte van het pand wat door RWTC gehuurd wordt van Gate2, andere huurder(s) gevonden moeten worden.

Ongewijzigd

3.

Leges niet tijdig geactualiseerde bestemmingsplannen
Vanaf 1 juli 2013 kunnen wij geen leges meer heffen voor omgevingsvergunningen die gebaseerd zijn op bestemmingsplannen die ouder zijn dan 10 jaar. Een klein aantal bestemmingsplannen is niet tijdig geactualiseerd. Daarvoor zijn diverse redenen, bijvoorbeeld andere besluitvorming voor het plangebied Bakertand (uit te werken bestemming bedrijventerrein) waardoor de realisatie van plannen is uitgesteld. Verder zijn de plannen in de Overhoeken, Heikant, De Akker en Koningsoord vertraagd. In genoemde plangebieden zijn globale bestemmingsplannen van kracht met uit te werken bestemmingen.
Het plan Bakertand zal pas ná 2017 geheel geactualiseerd worden. Dit is afhankelijk van de uitkomst van gesprekken met de gemeente Goirle over een eventuele grenscorrectie voor het gebied Bakertand (per 1-1-2018 of later) en van de regionale afspraken bedrijventerreinen Hart van Brabant 2016-2025 (september 2016). Bakertand (opgenomen in de afspraken 2011-2022) maakt geen onderdeel meer uit van de nieuw te ontwikkelen locaties voor bedrijventerreinen (deprogrammering). Indien een grenscorrectie met de gemeente Goirle voor het gebeid Bakertand doorgaat, stelt de gemeente Goirle te zijner tijd een nieuw bestemmingsplan vast. De achterliggende reden om de bedrijventerreinenbestemming voor Bakertand niet uit te werken is de economisch niet haalbare realisatie: risico tot planschade, type terrein niet passend bij actuele marktvraag en er is geen optimale ontsluiting aan de hoofdinfrastructuur (snelweg A58).
Voor het gebied Koningsoord is een groot aantal aanvragen voor een omgevingsvergunning ingediend. Daarvoor kunnen dus geen leges worden geheven.

Gewijzigd

4.

Planschade overeenkomsten: tegemoetkoming in schade
Planschadevergoedingen die niet verhaald kunnen worden op initiatiefnemers, komen ten laste van de algemene middelen. In nieuwe exploitatieplannen wordt dit risico ondervangen doordat de planschadekosten goed worden afgedekt via planschadeovereenkomsten of als onderdeel in het exploitatieplan worden opgenomen. Bij projecten die door de gemeente zelf worden gedaan, kunnen planschadeclaims nog binnenkomen nadat het projectbudget is afgesloten. Bij de actualisatie van de bestemmingsplannen voor Heikant en Akker is er een planschaderisico omdat de bestemmingen grotendeels van een uit te werken woon- naar een agrarische bestemming worden afgewaardeerd.

Ongewijzigd

5.

Achtervangfuncties WSW en WEW
Met ingang van 2014 informeert het WSW gemeenten jaarlijks over de financiële situatie van de corporaties in hun gemeente. Hierdoor krijgen gemeenten rechtstreeks inzicht in de risicokwalificaties van de in hun gemeente werkzame corporaties. Over de risico's die de gemeente als 3e achtervang loopt, wordt de raad via de periodieke informatiebrief Wonen geïnformeerd. Geconstateerd kan worden dat de gemeenten nog nooit op hun WSW-achtervang zijn aangesproken. In het kader van de nieuwe Woningwet is het toezicht op de corporaties nog verder aangescherpt. Inmiddels is landelijk de nieuwe Autoriteit woningcorporaties (Aw) opgericht die als onafhankelijke toezichthouder optreedt. Zowel Ministerie, WSW als Aw informeren ons college jaarlijks over de (financiële) situatie van de in Tilburg werkzame woningcorporaties. Op basis van deze bevindingen voeren wij gesprekken met de corporaties waarin we ons nader laten informeren.

Woningbouwvereniging Vestia heeft, in het kader van de provinciale stimuleringsregeling woningbouw, een onderhandse renteloze lening van € 1,472 mln. van ons gekregen die buiten de normale WSW-borging valt. Vestia heeft deze lening conform contract op 1 juli 2016 afgelost waardoor dit deel van het risico kan vervallen.

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)
Het WEW borgt, met het Rijk en gemeenten als achtervang, verstrekte hypotheken met nationale hypotheekgarantie. Als het WEW niet kan voldoen aan haar verplichtingen, treedt de achtervangfunctie in werking. De achtervangfunctie van de Gemeente Tilburg bedraagt 50% voor afgegeven hypotheekgaranties vóór 1 januari 2011. Vanaf 2011 vervult het Rijk de achtervangfunctie voor 100%. Op de achtervangfunctie is tot nu toe geen beroep gedaan. WEW verwacht op basis van een liquiditeitsprognose dat dit de komende jaren evenmin aan de orde zal zijn. Het gemeentelijke risico is uiterst beperkt; een nadere precisering is niet mogelijk.

Gewijzigd

6.

Ruimte voor Ruimte regeling
De intentieovereenkomst 'Ruimte voor Ruimte' tussen de gemeente en de provincie is gericht op realisering van ruime woonkavels rond kernen c.q. aan stadsranden ter dekking van de provinciale regeling met betrekking tot de sloop van stallen. Het project Oostkamer (ten noordoosten van Tilburg) is gericht op het realiseren van ongeveer 200 'Ruimte voor Ruimte' woningen. Inmiddels is er een exploitatieovereenkomst gesloten voor de realisatie van 209 'Ruimte voor Ruimte' kavels. Het bestemmingsplan is op 1-2-2016 door de raad vastgesteld en inmiddels onherroepelijk. Aangezien de inkomsten uit de verkoop van de eerste woningen pas in 2017 (gefaseerde uitgifte tot minimaal 2027) zijn voorzien, is er sprake van voorfinanciering. Indien de kavels niet verkocht worden, is er geen dekking voor de voorgefinancierde uitgaven die € 1,366 mln. bedragen.

Ongewijzigd

7.

Specifieke risico's grondexploitaties
Binnen de grondexploitatie spelen veel risico's. De omvang hiervan wordt bepaald met behulp van de Risman-methode. Wij berekenen het totale risico over alle grondexploitaties op een bedrag van € 39,3 mln. Dit bedrag is gestort in de Reserve Risico's Grondexploitaties.
Bij deze risicobepaling is rekening gehouden met voorziene risico's als afzetvertraging en prijsdaling. Twee keer per jaar (bij jaarrekening en begroting) actualiseren wij de risicoanalyses en aan de hand van het uiteindelijke resultaat wordt de reserve verhoogd of verlaagd. Deze reserve maakt onderdeel uit van het totale weerstandsvermogen.

Gewijzigd

8.

Stadsontwikkelingsmaatschappij (SOM)
De gemeente Tilburg en de woningcorporaties Tiwos, Wonen Breburg en TBV Wonen hebben samen de Stadsontwikkelingsmaatschappij (SOM) opgericht met als centrale doelstelling om verpaupering en verloedering in de binnenstad tegen te gaan. Dat gebeurt door panden in de binnenstad aan te kopen, deze panden ofwel op te knappen en te verkopen, ofwel de locaties te herontwikkelen. Het gaat hierbij om panden die niet opgepakt worden door de markt. Door de teruglopende markt hebben de herontwikkelingen en renovaties niet het beoogde resultaat opgeleverd. De gemeente Tilburg heeft voor haar aandeel in SOM een voorziening getroffen van € 0,8 mln. en een bedrag van € 0,31 mln. gereserveerd voor het verwachte verlies. Indien de panden niet tijdig verkocht kunnen worden of minder opbrengen, kan dit verlies nog verder oplopen.

Ongewijzigd

9.

Verkoop Attero (mogelijke opbrengst escrow)
Bij de verkoop van de aandelen Attero is in totaal € 13,5 mln. in een escrow gestort ter dekking van eventuele financiële gevolgen die bij de verkoop niet zijn voorzien. Deze escrow zou in twee tranches (in 2015 en 2019) vrijvallen ten gunste van de aandeelhouders, voor Tilburg respectievelijk € 355.000,- en € 149.000,-. De eerste tranche is echter niet vrijgevallen, omdat op het hele bedrag claims zijn gelegd. Wat we daadwerkelijk gaan ontvangen is afhankelijk van ingediende en toegekende claims en daarmee onzeker. Hiervan kunnen we nu nog geen inschatting maken.

Ongewijzigd

10.

Vrijval escrow Intergas
Intergas Holding BV heeft in 2011 Intergas Energie BV verkocht aan Enexis Holding NV. Bij deze verkoop zijn ten behoeve van eventuele toekomstige claims twee escrows gevormd, waarvan de eerste in 2012 ten gunste van de aandeelhouders is vrijgevallen. In 2018 verwachten we de tweede en laatste tranche van de escrow. Afhankelijk van ingediende en gehonoreerde claims betekent dit een uitbetaling aan Tilburg van maximaal € 248.000,-.

Ongewijzigd

11.

Verruiming Wilhelminakanaal
Momenteel wordt er hard gewerkt aan de verbreding en verdieping van het Wilhelminakanaal tussen de uitmonding van de Donge en de Dongenseweg, de zogenoemde fase 1. Vanuit de projectorganisatie voor de verbreding van het Wilhelminakanaal kwam het signaal dat het effect van het verlagen van het kanaalpeil tussen de Reeshof en Vossenberg, ten gevolge van de sloop van sluis II, op de daling van de grondwaterstand in het gebied rondom het Wilhelminakanaal, groter zal zijn dan uit de onderzoeken rondom de MER van 2011 valt af te leiden. Dit is inmiddels door de projectpartners verder onderzocht. In mei is tussen het Rijk, de provincie en gemeente overeenstemming bereikt over de projectdoelstelling van fase 1 en de daarmee samenhangende kosten. De afspraken houden in: fase 1 afronden binnen de oorspronkelijke projectdoelstelling (toegankelijk voor klasse IV-schepen) en de kosten verdelen conform de kostenverdeling: 70% Rijk, 15% provincie en 15% gemeente. Door provincie en gemeente is toegezegd om fase 1,5 (vanaf de Dongenseweg tot en met de haven Loven) voor hun rekening en risico te realiseren (ieder voor 50%). Op 18 juli jl. is door de Raad het besluit genomen om fase 1 af te bouwen zodat het geschikt is voor klasse IV-schepen, in te stemmen met de realisatie van fase 1,5 en voor realisatie van beide werken gelden te reserveren binnen gemeentelijke reserves. Ook de Provincie Noord-Brabant heeft inmiddels eenzelfde besluit genomen. Door het Rijk is inmiddels toegezegd onder voorbehoud ook te kiezen voor de herbouw van sluis II. Wel wil het Rijk nog nader onderzoek verrichten naar een tweetal andere varianten. Voor dit nadere onderzoek heeft het Rijk aangegeven een half jaar nodig te hebben. Na dit halfjaar wordt door het Rijk een definitief standpunt bepaald. Door het reserveren van de gelden wordt het risico op overschrijding geminimaliseerd. Tot het moment dat het Rijk ook heeft ingestemd én ontwerpen zijn uitgewerkt blijft het risico aanwezig dat de kosten hoger of lager uit zullen vallen.

Gewijzigd

12.

Verhuurdersheffing huurwoningen
Sinds 2013 bestaat een nieuwe belastingheffing voor verhuurders die meer dan 10 woningen verhuren tegen een vergoeding onder de huurtoeslaggrens (kale huurprijs is niet hoger dan € 710,68 per maand in 2016), de zogenoemde verhuurdersheffing. De hoogte van het belastingtarief voor deze heffing loopt op tot 2017 en mogelijk ook daarna. Ook de gemeente wordt sinds 1 januari 2013 met deze belastingheffing geconfronteerd. De gemeente heeft o.a. vanwege de opname van de anti-kraakpanden en de woningen onder de Leegstandswet in de heffingsgrondslag bezwaar aangetekend tegen de bedragen die de gemeente over deze drie jaren aan de Belastingdienst heeft voldaan. Ten aanzien van het belastingjaar 2013 is - vanwege een negatieve beslissing op bezwaar door de Belastingdienst - een gerechtelijk procedure gestart. De Rechtbank heeft ons beroep op 29 oktober 2015 ongegrond verklaard. Inmiddels is hoger beroep aangetekend tegen deze uitspraak bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De bezwaarschriften over de jaren 2014 en 2015 worden door de Belastingdienst aangehouden tot dat het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan ten aanzien van het belastingjaar 2013. Indien het Gerechtshof ons beroep gegrond verklaart, betekent dit dat er minder woningen in de heffingsgrondslag vallen. Afhankelijk van de uitkomst hiervan schatten wij de structurele lasten in op € 100.000,- oplopend naar € 300.000,- per jaar (i.v.m. ingroeimodel van de heffing). De woningen staan op de gemeentelijke verkooplijst van panden, waardoor het risico in de loop van de jaren weer zal afnemen.

Gewijzigd

13.

Kermis
In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een opbrengst van circa € 2,1 miljoen vanaf 2018 (voor 2017 circa € 1,7 miljoen) aan pachtopbrengsten kermis. In de afgelopen jaren is de werkelijke pachtopbrengst beduidend lager geweest. In deze begroting is een voorstel nieuw beleid opgenomen om een Reserve toekomstbestendige kermis op te richten en daarin een bedrag van € 1 miljoen te storten om onze ambitie te realiseren om de kermis te vernieuwen, te verbreden en sterker te verbinden.
Het risico bestaat dat - ondanks de ambities en maatregelen m.b.t. een toekomstbestendige kermis - de geraamde pachtopbrengsten niet gerealiseerd gaan worden en er tekorten ontstaan.

Nieuw

14.

Slachtplaats Tilburg
In 1985 is de gemeentelijke slachtplaats aan Slachtplaats Tilburg BV verkocht. In 1994 heeft de raad vervolgens ingestemd met een aanpassing van het in 1985 overeengekomen lening arrangement. De problematiek van de bodemverontreiniging werd daarbij losgekoppeld van de onderhandelingen. Het risico ten aanzien van verontreiniging van de bodem onder het slachtplaatsterrein is nog steeds aanwezig. Er is geen sprake van nieuwe ontwikkelingen op dit punt.

Ongewijzigd

15.

Damwanden Parkeergarage Pieter Vreedeplein
In de parkeergarage Pieter Vreedeplein ondervinden de gemeente Tilburg en de particuliere eigenaren van de bovengelegen appartementen (als gezamenlijk eigenaar van de parkeergarage) regelmatig waterschade door binnentredend grondwater. Er is sprake van lekkages bij de aansluitingen tussen de vloer en de damwanden c.q. de aansluitingen tussen de onderlinge damwanddelen. De damwanden maken deel uit van de constructie van het complex en zijn daardoor eigendom van de VvE Hoofdsplitsing complex Pieter Vreedeplein, waarin de gemeente als één van de eigenaren participeert. De VvE heeft voor deze problematiek een technisch deskundige ingeschakeld alsmede een jurist. In 2016 zal de aannemer aansprakelijk worden gesteld voor deze schade c.q. zal er een beroep op de garantie worden gedaan.

Alle rechten van de verkoper (Pieter Vreedeplein Ontwikkeling C.V., participatie gemeente 50%) op de aannemer zijn bij verkoop overgegaan op de koper, maar de mogelijkheid bestaat dat er bij niet nakoming door de aannemer toch weer richting verkoper geacteerd gaat worden. De gemeente kan dan als stille vennoot in de CV tot maximaal 50% van het oorspronkelijk ingebracht kapitaal aangesproken worden.

De garantie eindigt 10 jaar na oplevering, derhalve in 2018. Voor die tijd moet een structurele oplossing c.q. schadevergoeding zijn overeengekomen, anders loopt de gemeente als mede-eigenaar het risico zelf kosten te moeten maken voor het tegengaan van de lekkages en het verhelpen van de schade als gevolg van de lekkages in de garage. Over de resterende exploitatieperiode (30 jaar na 2018) worden die kosten op dit moment ingeschat op minimaal € 1,15 mln.

Ongewijzigd

16.

Ongeval zwembad Reeshof
De rechtbank in Breda heeft in haar uitspraak op 5 juli 2016 de gemeente Tilburg schuldig bevonden aan het overlijden van een baby bij het zwembadongeluk in de Reeshof in november 2011. De rechtbank veroordeelde de gemeente tot een boete van € 76.000. Met de ouders van het slachtoffer is de zaak eerder afgewikkeld. Wij laten hiermee het risico vervallen.

Vervallen

17.

Herstelkosten atletiekbaan
De juridische strijd met de leverancier van de atletiekbaan sleept zich nog steeds voort. Het is onduidelijk hoe dit afloopt. Wij hebben besloten om over te gaan tot een procedure bij de Raad van Arbitrage. Ondertussen vinden er gesprekken plaats met de leverancier om tot een oplossing te komen. Inmiddels is er ook intensief overleg met de verzekeringsmaatschappij. Een mogelijke vergoeding hieruit is nog onbekend. Het risico is groot dat het juridisch traject meerdere jaren gaat duren. In afwachting van de uitspraak van de Raad van Arbitrage moeten we overwegen of het noodzakelijk is om tussentijds de problemen aan de baan op te lossen.

Ongewijzigd

18.

BTW regime sport (zie onder algemene risico's)

Ongewijzigd

19.

Financiële positie Omgevingsdienst Midden- en West Brabant (OMWB)
Op 13 juli 2016 heeft het Algemeen Bestuur van de OMWB de jaarrekening 2015 en de begrotingen 2016 en 2017 van de OMWB vastgesteld. De OMWB heeft het boekjaar 2015 afgesloten met een negatief resultaat van € 2,3 mln. Dit verlies en het negatieve vermogen van € 1,0 mln. wordt door de deelnemers in de GR aangevuld. Het aandeel van Tilburg hierin is € 408.750,- en wordt volledig gedekt uit de voorziening OMWB. Voor het boekjaar 2016 blijft Financieel Toezicht gehandhaafd. Verwacht mag worden dat dit met ingang van het boekjaar 2017 wordt opgeheven.
De OMWB staat aan de vooravond van een transformatie van de organisatie waarbij het risico bestaat dat het uitgangspunt om deze reorganisatie binnen de vastgestelde begrotingen uit te voeren niet wordt gehaald.

Gewijzigd

20.

Nutsvoorzieningen openbare ruimte
De Arbowet verplicht de gemeenten dat evenementenkasten, marktkasten en watertappunten in de openbare ruimte veilig zijn (NEN 3140). Deze voorzieningen worden gebruikt voor evenementen, markten en kleinschalige activiteiten zoals medische onderzoeken. Als gevolg van toename van het gebruik en het bereiken van het einde van de technische levensduur is grootschalige vervanging en modernisering noodzakelijk. De gemeente laat momenteel alle voorzieningen inspecteren en aanpassen.

Gewijzigd

21.

Gebiedsgericht grondwaterbeheer (GGB)
Op 18 maart 2013 heeft de raad het Gebiedsgericht grondwaterbeheer (GGB) Tilburg vastgesteld waarin is geregeld dat de gemeente als gebiedsbeheerder de toekomstige verplichtingen voor de monitoring van het grondwater en de kosten van mogelijke maatregelen (responsacties) voor het beschermen van 5 gevoelige objecten voor haar rekening neemt. De kosten van de responsacties zijn door een extern adviesbureau geraamd op circa € 1,7 mln. De kans dat responsacties nodig zijn is naar verwachting uiterst gering. Bovendien zullen ze zeker niet allen op hetzelfde moment optreden. De reserve Gebiedsgericht grondwaterbeheer heeft ultimo 2020 een saldo van circa € 1,5 mln. waardoor het risico circa € 200.000,- bedraagt.

Gewijzigd

22.

Ontoereikende reserve Onrendabele top parkeergarage Stappegoor
In 2009 is de parkeergarage Stappegoor in exploitatie genomen. De raad heeft om de onrendabele top van deze garage te dekken een bedrag beschikbaar gesteld van ruim € 11 mln. Na ruim 6 jaar exploitatie lijkt het erop dat de reserve onvoldoende groot is om de onrendabele top gedurende haar voorziene levensduur te dekken. De gebiedsontwikkeling is minder snel verlopen dan bij het openstellen van de parkeergarage was verwacht, met als gevolg minder baten.
Het Stappegoorgebied is nog in ontwikkeling wat een exploitatieberekening voor de lange termijn en de daarmee gepaard gaande onttrekkingen uit de reserve op dit moment onmogelijk maakt. Wanneer ontwikkelingen die tot een beter parkeerexploitatieresultaat leiden uitblijven, ontstaat een tekort in de reserve die bedoeld is om de onrendabele top tot en met het jaar 2049 te kunnen dekken.

Ongewijzigd

23.

Rechtsgeding lichtmastreclame
Eind 2010 heeft de exploitant van lichtmastreclame de gemeente gedagvaard. De exploitant claimt een bedrag van ongeveer € 100.000,- (inclusief rente). De exploitant is van mening dat ze aan de gemeente teveel pacht heeft betaald (periode 1996-2002). De Rechtbank heeft in een tussenvonnis de exploitant opdracht gegeven via een onderzoek door een deskundige te bewijzen dat hij te veel pacht heeft betaald. De exploitant heeft lopende dit onderzoek tussentijds de gemeente een schikkingsvoorstel gedaan dat in overleg met de stadsadvocaat zorgvuldig is beoordeeld en is afgewezen. Later heeft de exploitant een ander schikkingsvoorstel gedaan. Over dat voorstel is in overleg met de stadsadvocaat onderhandeld. Dat heeft er toe geleid dat partijen de overeenkomst over de exploitatie van lichtmastreclame hebben verlengd. De procedure over teveel betaalde pacht wordt echter voortgezet. Tot die tijd blijft het risico gehandhaafd.

Ongewijzigd

24.

Onderzoek Europese commissie Willem II
De Europese Commissie (EC) heeft een besluit genomen in het onderzoek naar vermeende staatssteun door de Gemeente Tilburg aan de BVO Willem II in verband met de afgesproken huurverlaging in 2010. In de uitspraak geeft de commissie aan dat er sprake is van staatssteun maar dat de genomen maatregelen er voor zorgen dat de steun verenigbaar is. Dat betekent dat er geen sprake is van een terugvordering bij de BVO Willem II. Het risico kan hiermee vervallen.

Vervallen

25.

Gemeentefonds; opschalingskorting (zie ook onder algemene risico's)
De totale opschalingskorting bedraagt landelijk € 975 mln. in 2025. Tot en met 2020 betreft dit een korting van € 370 mln. die in het Gemeentefonds is verwerkt. Bij de Programmabegroting 2017 is hier rekening mee gehouden. Indien de resterende korting op dezelfde wijze wordt doorbelast, betekent dit voor onze gemeente een aanvullende korting die oploopt tot circa € 7,5 mln.

Gewijzigd

26.

Vertraging implementatie applicatie WIZ
Werk Inkomen en Zorg (WIZ) is het nieuwe backoffice systeem voor het Sociaal Domein.
De in gebruik name van het systeem is gepland eind 2016, maar het risico bestaat dat de implementatie van dit nieuwe systeem niet op tijd afgerond is waardoor we nog een deel 2017 ook gebruik moeten blijven maken van het oude systeem Civision. De jaarlijkse kosten bedragen rond de € 650.000,-.

Ongewijzigd

27.

tROM Chroom6
De precieze omvang van de casus is nog onbekend. We gaan er vanuit dat er daadwerkelijk chroom-6 op de 15 treinstellen aanwezig is geweest (niet 100% zeker). De gevolgen voor de gezondheid zijn ook onzeker. De impact op alle betrokkenen is groot, wij hebben hier ook alle aandacht voor.
Er is een onafhankelijke onderzoekscommissie ingesteld met de opdracht een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek in te (laten) stellen naar de gezondheidsrisico's bij de werkzaamheden bij tROM, waaronder de arbeidsomstandigheden, de genomen beschermingsmaatregelen en het regime bezien vanuit de verplichtingen van de Wet Werk en Bijstand (WWB). Ook de formele (contractuele) verhouding tussen tROM, de NS/NedTrain en het NSM is onderwerp van onderzoek.
Het RIVM voert het onderzoek uit. De resultaten van het onderzoek worden eind 2017 verwacht. Daarnaast lift de gemeente Tilburg mee met de onderzoeken en de aanpak zoals NedTrain/N.S. deze vormgeeft.
De mogelijke financiële risico's bij eventuele schadeclaims zijn nu nog onbekend. De ontwikkelingen binnen het project Chroom-6 noodzaken ons, conform de richtlijnen BBV, tot het treffen van een voorziening. Conform de opgaaf van kosten treffen wij een voorziening van € 1,9 mln. in 2016. Dit komt ten laste van het exploitatieresultaat.

Gewijzigd

28.

Contract GFT afval
In juli 2010 is het contract met Attero inzake de verwerking van GFT-afval niet beëindigd. De contractverlenging is door vele Brabantse gemeenten ondertekend, waaronder ook de gemeente Tilburg. Begin september 2010 heeft een andere afvalverwerker hiertegen bezwaar aangetekend omdat deze van mening is dat hiervoor een Europese aanbesteding had moeten plaatsvinden. Tot nu toe is de eis van eiser in alle rechtszaken afgewezen.
Daarnaast is er een klacht ingediend bij de Europese Commissie omdat er mogelijk sprake zou zijn van onrechtmatige staatssteun. Hierover is nog geen definitieve uitspraak gedaan.
Daarom blijft er tot de uitspraak op beide zaken een beperkt risico bestaan met betrekking tot het niet-beëindigen van het GFT-verwerkingscontract met Attero wat een negatief effect op de overeengekomen contractprijzen zou kunnen hebben. Voor de periode 2010 t/m 2015 bedraagt dit risicobedrag ca. € 1,5 mln. Ook structureel (tot 1 februari 2017) zou dit een nadelig effect op de tarieven kunnen hebben. Het is nog niet duidelijk wanneer de uitspraken zullen worden gedaan.
Eventuele financiële effecten tot en met 2015 kunnen uit de egalisatiereserve afvalstoffenheffing worden opgevangen. Mogelijk structurele effecten zullen in het toekomstig tarief moeten worden verdisconteerd.

Ongewijzigd

29.

Volumeplicht huishoudelijk afval
De gewesten in de provincie Noord-Brabant hebben met Attero Zuid B.V. aanbiedingscontracten afgesloten die lopen tot 1 februari 2017 voor wat betreft het brandbaar huishoudelijk restafval. Attero dient aan de verwerker een minimale hoeveelheid restafval van 510 kTon aan te leveren. Vanaf 2011 is deze hoeveelheid niet meer in totaal aangeleverd door de gewesten. Attero is van mening dat zij daarom naheffingsfacturen kan sturen aan de gewesten. Begin 2015 heeft Attero een arbitrage aangespannen tegen de gewesten, omdat de gewesten de facturen voor de naheffing niet hebben betaald. In deze arbitrage hebben de arbiters al in het voordeel van de gewesten beslist.
Attero vecht deze uitkomst nu aan in een vernietigingsprocedure voor het Gerechtshof te Den Haag. De uitkomst daarvan is nog ongewis. Daarmee is het mogelijk dat er een nieuwe arbitrage zou kunnen plaatsvinden. Mocht uit een nieuwe arbitrage blijken dat de gewesten ongelijk hebben, dan is het mogelijk dat de gemeenten een naheffing zouden moeten betalen. Het risico is sterk afhankelijk van de uitkomst van deze arbitragezaak en verschilt zeer van gemeente tot gemeente.
Een eventueel opgelegde naheffing kan ten laste worden gebracht van de egalisatiereserve afvalstoffenheffing. De hoogte van deze reserve bedraagt eind 2015 € 7,2 mln., waardoor er geen tariefsverhoging nodig is.

Gewijzigd

30.

Lagere opbrengsten rioolheffing niet-woningen
De opbrengst rioolheffing vanuit bedrijven is afhankelijk van de hoogte van het waterverbruik van deze bedrijven. Door lagere productievolumes zien we een afname in het waterverbruik, wat mogelijk leidt tot minder inkomsten uit deze heffing. We schatten dit in tussen € 100.000,- en € 500.000,-.
Daarnaast gaan vier ondernemingen per 1 januari het zuiveren van afvalwater in eigen beheer nemen. Deze ondernemingen ontvangen daarom voor rioolheffing geen aanslag meer. Wel gaan deze bedrijven een vergoeding betalen omdat zij voor evt. calamiteiten aangesloten willen blijven op het rioolnetwerk. De lagere opbrengst van deze vier bedrijven en de nieuwe vergoeding zijn in de tariefberekening voor 2017 verwerkt. Dit deel van het risico is daarmee vervallen.

Gewijzigd